Leent u af en toe een werknemer uit? Dan kan de Wtta ook voor u gelden.
Op 1 januari 2027 treedt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) in werking. Vanaf 1 januari 2028 is het alleen toegestaan werknemers uit te lenen als hiervoor een toelating is verleend of een ontheffing is verkregen. Dat geldt niet alleen voor uitzendbureaus, maar ook voor bedrijven die af en toe een werknemer uitlenen. Van 1 november tot en met 31 december 2026 kunnen uitleners zich aanmelden voor de overgangsregeling.
Wat regelt de Wtta?
De Wtta voert een toelatingsplicht in voor iedereen die werknemers uitleent. De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) beoordeelt de aanvragen en houdt een openbaar register bij. Vanaf 1 januari 2028 mogen inleners alleen nog werknemers inlenen van een bedrijf dat is toegelaten, een ontheffing heeft of onder de overgangsregeling valt. Vanaf die datum handhaaft de Nederlandse Arbeidsinspectie. Zowel de uitlener als de inlener kan dan een boete krijgen.
Wanneer leent u uit?
Volgens de Wtta is een bedrijf uitlener als:
- het een werknemer beschikbaar stelt aan een ander bedrijf;
- het daarvoor een vergoeding ontvangt;
- de werknemer werkt onder leiding en toezicht van dat andere bedrijf.
Het maakt niet uit of uitlenen de hoofdactiviteit is of iets wat incidenteel gebeurt. Een installatiebedrijf dat een monteur een paar weken laat werken onder leiding van een aannemer, leent dus uit.
Geen toelating of ontheffing is nodig bij:
- aanneming of uitbesteding van werk, waarbij de eigen werkgever leiding en toezicht houdt;
- collegiaal uitlenen zonder winstoogmerk;
- uitlenen binnen hetzelfde concern;
- uitlenen binnen een sector waarvoor een uitzondering geldt, zoals particuliere beveiligings- en recherchebureaus.
Op toelatinguitleenmarkt.nl staat een beslisboom waarmee u kunt nagaan of de Wtta op uw organisatie van toepassing is.
Wanneer is een ontheffing mogelijk?
Is uitlenen slechts een zeer beperkte nevenactiviteit, dan kan een ontheffing van de toelatingsplicht volstaan. Daarvoor moet aan alle voorwaarden zijn voldaan:
- de omzet uit uitlenen is minder dan 10% van de totale jaaromzet;
- die omzet is niet hoger dan € 5 miljoen per jaar;
- het bedrijf heeft vóór de aanvraag minimaal twaalf maanden loon betaald;
- het bedrijf is geen uitzendbureau of payrollbedrijf.
Bij de aanvraag hoort een beoordelingsverklaring van een registeraccountant of accountant-administratieconsulent over de omzet van het vorige kalenderjaar. Voor een aanvraag in 2027 gaat die verklaring dus over 2026. Een VOG of waarborgsom is voor een ontheffing niet nodig. De ontheffing kan vanaf 1 mei 2027 worden aangevraagd. Daarna moeten de gegevens elk jaar vóór 1 november opnieuw worden aangeleverd.
Waarom nu al aanmelden?
De ontheffing zelf wordt pas in 2027 aangevraagd. Toch is het verstandig om u nu al aan te melden voor de overgangsregeling. Wie dat tussen 1 november en 31 december 2026 doet en de aanvraag tussen 1 mei en 30 juni 2027 indient, mag blijven uitlenen zolang de NAU nog niet heeft beslist, ook na 1 januari 2028. Blijkt bij de beoordeling dat een ontheffing niet mogelijk is, dan blijft de overgangsregeling gelden, terwijl de NAU een aanvraag voor toelating beoordeelt. Wie zich niet op tijd aanmeldt en op 1 januari 2028 geen toelating of ontheffing heeft, moet stoppen met uitlenen.
Voor de aanmelding zijn eHerkenning (niveau 3 of hoger) en een Berichtenbox voor bedrijven nodig. U geeft de verwachte netto jaaromzet over 2026 op en kiest welke aanvraag u later doet, bijvoorbeeld een ontheffing.
Voor bedrijven waarvoor uitlenen de kern van het werk is, zoals uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven, is een ontheffing niet aan de orde. Zij moeten een toelating aanvragen. Daarvoor gelden onder meer een VOG, een waarborgsom van € 100.000 en een inspectierapport. Het normenkader geldt al vanaf 1 januari 2027. Uitleners die op 30 juni 2027 geen SNA-keurmerk hebben, moeten zich ook vóór 1 januari 2027 aanmelden voor de overgangsregeling. De bestaande registratieplicht als uitlener in het Handelsregister blijft daarnaast gelden.
Wat kunt u nu doen?
Het is verstandig om voor het einde van het jaar de volgende vragen na te lopen:
- Worden werknemers tegen een vergoeding ingezet onder leiding en toezicht van een ander bedrijf?
- Gaat het om collegiaal uitlenen zonder winst of om uitlenen binnen het concern?
- Welk deel van de omzet komt uit uitlenen en is die omzet over 2026 apart zichtbaar in de administratie?
- Is de aanmelding voor de overgangsregeling vóór 31 december 2026 gedaan?
- Zijn er afspraken met de accountant over de beoordelingsverklaring over 2026?
- Leent de organisatie zelf personeel in? Ga dan na hoe die uitleners zich voorbereiden.
Van bedrijven die maar af en toe uitlenen, vraagt de Wtta vooral tijdige actie. De aanmelding kost weinig moeite, maar wie de termijn mist, kan de overgangsregeling niet meer gebruiken. Dit bericht is gebaseerd op de stand van zaken op 1 november 2026. Wij volgen de ontwikkelingen en werken dit bericht zo nodig bij.